Hoe vind je het op toneel, om een rol te spelen?
Ik heb ja gezegd omdat ik zin had om te mee spelen in weer zo’n groot toneelstuk in het dorp met heel veel mensen en muziek. In Wind speelde ik cello maar nu ben ik een speler met tekst. Ook toen ik later hoorde dat het vanwege de ruimte in de locatie, de kerk, een intieme productie zou worden met maar twee personages, dacht ik: ik spring erin! Ben door mijn werk als docent natuurlijk wel gewend om voor een groep te staan. En bij het maken van muziek, niet in m’n eentje maar in een groep, word je ook gehoord en bekeken. Maar… nu met z’n tweetjes en de muzikanten wordt het echt het serieuzere werk.
Acteren is, merk ik, vooral goed naar de ander luisteren. Meer dan met je eigen tekst bezig zijn. Ik hoop dat ik straks helemaal zó in het verhaal zit, zó in de sfeer van het moment, dat ik dat kan gebruiken bij het vinden van mijn tekst. Ik vind het heel leuk, ook het repeteren. Dat je door het herhalen en de spelsuggesties van Greet nieuwe lagen achter of onder de tekst ontdekt.
Wat heb jij met de thematiek van de voorstelling?
Ik vind de tekst in het licht van de hedendaagse problematiek goed gekozen. Een mens, in dit geval een boer, die worstelt met z’n bedrijf, met zijn toekomst. Een mens, een man in het bos. Een verwarde man in het bos. Kijk eens om je heen, wil je roepen, er is meer aan de hand in de wereld. En dat die mens en het bos dichterbij elkaar komen. Het is eigenlijk geen vrolijk stuk. Het zijn echt moeilijke kwesties waar we toch met elkaar een evenwicht in moeten vinden. Hoe doen we dat? Ik hoop dat wij dat goed uit de verf laten komen. Medeleven tonen met het lot van iemand, dat je begaan bent met wat hem overkomt.
Wat zou jij aan de komende generaties door willen geven vanuit dit stuk?
Wat ik uit het stuk meeneem, is dat de mens hier te gast is. Dat die mens niet alles kan bepalen. Dat het door toedoen van de mens met de natuur niet de goede kant op gaat. Ik heb geen kinderen en ik denk wel eens “Na ons de zondvloed”. Ik hoop dat de wereld niet te veel te lijden heeft van Theo en mij. Je footprint heet dat tegenwoordig. Dat zit er bij ons allebei een beetje in gebakken: tevreden zijn met wat je hebt. Wat mensen allemaal niet willen bezitten en dat ze denken dat ze daar recht op hebben. Kijk eens achterom, denk ik dan. Realiseer je hoe rijk wij zijn als je dat vergelijkt met wat onze ouders bezaten of onze grootouders. Kijk niet naar wat je allemaal niét hebt maar wat je allemaal wél hebt. Dat zou ik wel door willen geven.