
Het verhaal van Sigrid, een Bataafs meisje
Ook vandaag vertrokken er weer een paar jongens uit ons dorp. Trotse Bataven die begrijpen wat hun taak is. De Romeinen verwachten van ons dat we soldaten leveren. Wij zijn goede ruiters en de Romeinen hebben ons nodig om de Limes te verdedigen. Zo noemen ze de noordgrens van het Romeinse Rijk. Die moeten we verdedigen tegen de hen vijandige Germanen. Natuurlijk doen we dat, want de Romeinen zorgen voor vrede en het leven is goed. Al gaan de Romeinen wel steeds meer van ons vragen… Van mijn opa Theodoric hoor ik nog wel eens verhalen over hoe het vroeger was. Vroeger, dat is voordat wij gingen samenwerken met de Romeinen. Toen zorgden we voor onszelf, we hoorden nergens bij, waren vrij. De komst van de ijzeren mannen heeft veel veranderd in onze gemeenschap. De wapens zijn anders, de kleren zijn anders en zelfs onze gewoonten veranderen. Wij vereren naast onze eigen goden nu ook de Romeinse oppergod Jupiter zodat de Romeinen ons gunstig gezind blijven. Onze dorpen zijn gegroeid en we hebben zelfs een echte stad: Batavenburg. Daar gedragen de mensen zich net alsof ze in Rome zijn, met badhuizen, een theater en verharde wegen.
Onze grote leider is Julius Civilis. Hij heeft een bloedband gesmeed met de Romeinen. Wij betalen belasting en leveren soldaten. In ruil daarvoor krijgen wij vrede en welvaart. Veel Bataven gedragen zich graag als een echte Romein. Ook ik, Sigrid, verstel mijn kleren zo dat ze er Romeins uitzien. Zo af en toe laat ik mijn werk even liggen en ga ik stiekem met een Romeinse soldaat kletsen. We verstaan elkaar niet echt, maar het is toch spannend. En zo leer ik ook iets over verre oorden waar het leven heel anders is. De laatste tijd ben ik wel voorzichtiger. Er hangt een opstand in de lucht. De Romeinen vragen steeds meer en zijn niet meer zo geduldig. Ze hebben moeite om de orde te bewaren. Als onze mensen niet meer voldoen aan hun eisen grijpen ze hard in. De onderdrukking wordt voor ons langzaam onleefbaar.
Ook Julius Civilis, die toch altijd trouw is geweest aan de Romeinen, komt in opstand. Wij horen steeds meer verhalen over veldslagen tussen onze Bataven en de Romeinen. De mannen nemen hun vrouwen en dochters mee naar het slagveld om hen aan te moedigen. Langs de kant staan de vrouwen dan te joelen en schreeuwen. Als je vrouw je zo staat aan te moedigen vlucht je niet. Dan blijf je vechten tot het bittere einde. Er gaan zelfs verhalen dat onze jongens in Romeinse dienst hun moeder, zus of vrouw herkennen en daarom overlopen naar onze kant. Dat slaat enorme gaten in het ooit zo sterke legioen van de Romeinen.
In het westen zijn er al veel Bataven gevlucht. Ze hebben al hun kostbaarheden begraven. Waar ze heen gaan weten we niet. Waarschijnlijk naar het zuiden, waar het rustiger is. Ons land wordt daardoor steeds leger. Hopelijk komen de Romeinen ons tegemoet. We hopen dat we minder belasting hoeven te betalen en dat onze jongens vaker thuis mogen blijven, waar ze horen.