Bij het schrijven van Wat blijft heb ik me verdiept in de vraag: wat wil ik wel en niet nalaten aan de volgende generaties, of hoe ben ik een goede voorouder voor de kinderen van mijn kinderen. Onwillekeurig kom je dan uit bij de grote problemen van vandaag zoals de klimaatcrisis, oorlogen, pandemieën, vluchtelingen, grootschalig psychisch lijden. Grote vraagstukken waarvan we hopen dat onze kinderen er niet het slachtoffer van zullen worden. En te groot om op korte termijn en in je eentje op te lossen. Vragen naar de toekomst is daarom ook vragen naar het nu: hoe ga ik om met deze grote uitdagingen, kan ik er wel iets aan doen, hoe hou ik hoop. En het is ook vragen naar het verleden: hoe zijn we hier terecht gekomen, hadden we het kunnen voorkomen. Nadenken over goed voorouderschap kan ontmoedigend zijn omdat je kan gaan twijfelen over de waarde van de dingen die je doet: doe ik wel het juiste, doe ik wel genoeg. En er zijn ook momenten dat je het liever opgeeft: het zal mijn tijd wel duren.
In de zoektocht naar moed om tegen de crises te vechten en hoop om het niet op te geven, kom je anderen tegen. Je ontmoet mensen die net als jij proberen de wereld een stukje beter te maken. Dat kan het verschil maken.
In de theatervoorstelling maken we kennis met een pluimveehouder die een grote crisis meemaakt. Het had ook iemand anders kunnen zijn, een projectontwikkelaar, een lokale politicus, een fruitteler. Iemand met een visie, iemand die gelooft in wat hij heeft opgebouwd, iemand die hard werkt om zijn kinderen een beter leven te geven en daarbij noodgedwongen voor keuzes komt te staan die de toekomst kunnen maken of breken. Als de pluimveehouder alles verliest wat hij opgebouwd heeft, komt hij tot stilstand en vraagt zich af of hij wel het juiste heeft gedaan. Is hij niet te kortzichtig voor zijn eigen gewin gegaan? Was het wel zo verstandig om steeds groter te groeien? Was hij zo blind dat hij niet zag dat het een keer mis moest gaan? Met deze vragen zoekt hij zijn toevlucht in het bos, een stille plek waar hij ongestoord kan nadenken over wat hem te doen staat. Tegen zijn verwachtingen in, blijkt hij niet alleen te zijn. Het bos gaat met hem in gesprek.