het rampjaar 1575

Het verhaal van trouwe kerkganger Johan

Al zo lang als mijn familie hier woont zijn wij in de Betuwe trouw aan de Katholieke kerk van Rome. Onze eigen Sint-Pieter is niet voor niks een echte parochiekerk en ik, Johan, ben een trouwe kerkganger. Toen wij een paar jaar geleden hoorden dat ook bij ons in de omgeving kerken werden aangevallen door die zogenaamde protestanten, moest ik daar niets van weten. Waarom al die boosheid tegen de Roomse kerk? Waarom al die vreselijke vernielingen? Waarom zou je priesters en monniken belagen?

Die ‘beeldenstorm’ heeft de Spaanse Koning woedend gemaakt. De beeldenstormers zijn genadeloos vervolgd en bestraft. Om hun straf te ontlopen zijn velen van hen de zee op gevlucht. Watergeuzen heten ze nu. Niet altijd even fris volk. Maar we begrijpen ze nu wel een stuk beter. Vooral sinds de Spaanse troepen ook onze streek stevig in de tang hebben. Het is hier oorlog.

Nog geen twee jaar geleden hebben de geuzen met een list de Spaanse troepen uit het kasteel van Buren weten te jagen. Dat lieten die Spanjaarden zich natuurlijk niet gebeuren. Hun wraak was meedogenloos. Onze boerderijen werden in brand gestoken, heel veel mensen werden gedood. Wij konden het land niet meer bewerken waardoor wij honger leden. En alsof dat nog niet genoeg was hebben we vorig jaar een watersnood gehad. Laatst hebben de Spanjaarden het kasteel van Buren weer ingenomen. Met veel geweld en veel dodelijke slachtoffers. Wij hoopten dat de rust zou weerkeren. Dat we ons leven weer konden opbouwen. Maar het ergste moest nog komen…

Het begon met een rode bult onder de oksel van mijn vader. Toen wist ik dat ik weg moest uit ons huis. Want zo begint het. Voor je het weet krijgen we het allemaal. Het is eerst één bult, daarna zit je hele lijf eronder en gaat het etteren en ontsteken. Je krijgt hoge koorts en begint te ijlen. Na een paar dagen ben je er geweest. En ben je wel eens in een pesthuis geweest? De stank daar is niet te verdragen.

We zijn er altijd bang voor. We kennen de gruwelijke verhalen van onze grootouders. Het begint als een verhaal van ver weg. Dan komt het uit omringende dorpen alsmaar dichterbij. Totdat het ineens je eigen huis binnendringt. En eenmaal binnen ben je verloren. Is het de lucht die besmet is? Of zit het in het water? Is dit de straf van God omdat we de Geuzen hebben gesteund?

Hele dorpen en steden worden getroffen. We weten niet waar we de lijken moeten laten. We proberen van alles om het tegen te houden. Maar het lijkt tevergeefs. Het jaar Onzes Heeren 1575 is voor onze streek een waar Rampjaar.