
Het verhaal van Jacob, een jonge boer in Tricht
Vandaag zijn wij onderdeel van de wereld geworden. De trein is er. Voorlopig rijdt hij niet verder dan Waardenburg. De brug over de Waal is nog niet af. Maar volgens de planning kunnen we volgend jaar helemaal doorreizen naar Den Bosch, Boxtel, Maastricht, ja zelfs naar Luik en Keulen. De Lekbrug bij Culemborg is al wel af. Dat is meteen de grootste brugoverspanning van ons land. Om de helling van de brug op te komen hebben de treinen zelfs een tweede locomotief nodig.
Utrecht en de rest van Nederland liggen nu voor ons open. Dat hadden mijn grootouders nooit kunnen bedenken. Dat wij hier van Tricht rechtstreeks in verbinding met de wereld zouden komen te staan. Nu kan niemand meer op ons neerkijken omdat we zo geïsoleerd liggen. Alles en iedereen moet nu door ons dorp. De treinen naar Amsterdam, Parijs, Wenen, Praag, Boedapest… allemaal oorden waar we alleen maar van kunnen dromen. En nu kunnen we kijken naar de stalen rijtuigen die er ook echt heen gaan. En de elite, koningen, rijke handelsreizigers, internationale spionnen en diplomaten, die kijken uit het raampje en zien ons dorp liggen. Wie lacht ons nu nog uit!
De afgelopen weken is er al flink proefgereden. Wat een geweld en geraas geeft zo’n trein. Ons dorp is niet zo stil meer. Vanuit de verte horen we de fluit al. Dan weet je dat je van het spoor weg moet. Het gepuf en gesteun van de stoommachine, het sissen en blazen. Boeren steken nog snel even over, moeten hun vee achter het hek houden. Als de trein over de brug rijdt, staan we allemaal te trillen op onze voeten. Vooruitgang maakt herrie!
Ons dorp is nu in tweeën gedeeld. Als je de Lingedijk over wil moet je vanaf nu goed opletten. Gelukkig worden er overwegen ingericht. Met wachthuisjes ernaast voor de overwegwachters. Ze bedienen de kettingen die langs het spoor lopen naar armseinen en overwegen. We horen het de hele tijd bewegen en ratelen. Het spoor leeft.
De machinist en de stoker staan gewoon buiten. Je kunt ze vanaf de kant aankijken. Hoe zouden zij naar ons kijken? Met hetzelfde ontzag als wij naar hen? Vast niet. Op de trein werken spreekt tot de verbeelding, al ziet het er ook ruig uit. Ze staan volledig in de open lucht. Een klein schot met kijkgaten moet de ergste wind en regen uit hun gezicht houden. Iemand vertelde mij dat op deze manier de grote bazen willen voorkomen dat ze tijdens hun lange diensten in slaap vallen. De conducteurs hangen aan de buitenkant van de trein met hun voeten op de grote treeplank. Ze trekken een serieus gezicht. Ze moeten zich goed vasthouden, want de snelheden zijn duizelingwekkend. Als ik zwaai zwaaien ze niet eens meer terug. Het is al routine geworden. Aan de Nieuwsteeg is een stopplaats ingericht voor de brouwerij en de fruittelers daar. Mensen stappen er niet in of uit. Die gaan naar het station bij Geldermalsen De meeste mensen in ons dorp zullen denk ik niet zo snel met de trein gaan. Het is duur en hij rijdt ook op zondag, hoor ik mensen klagen. Die spoorwegmensen die hier nu wonen, werken dus ook op zondag. Wij horen vreemde accenten en dialecten. Er zitten ook katholieken tussen. Dat is voor velen van ons wennen. Maar wij, de jongeren in Tricht, vinden het wel interessant. Al die nieuwe mensen in ons dorp. Het geeft toch het idee dat wij ook verder kunnen kijken dan onze eigen streek. Dat regels en gewoonten kunnen veranderen en dat er ook voor ons misschien andere mogelijkheden zijn dan het boerenbestaan.