
Het verhaal van Imke, een Trichtse evacuée in 1995
Wij zijn in elk geval op tijd gewaarschuwd. In januari 1809 werden de mensen compleet verrast door het hoge water. Toen bij Loenen de dijken doorbraken werden overal de kerkklokken geluid om mensen te waarschuwen. In Tiel schoot men zelfs zeven kanonnen af om de noodtoestand uit te roepen. Het was een vreselijke ramp. Het was een strenge winter, en het water en het ijs werden opgezweept door een hevige storm. De verwoesting die dat aanrichtte is onbeschrijfelijk. In Geldermalsen zijn zeventien mensen verdronken. In Beusichem, Zoelmond, Buurmalsen en Tricht kwamen zevenendertig mensen om het leven. Mensen zaten vaak dagenlang in de vrieskou op hun daken. In sommige dorpen moesten mensen meer dan een week schuilen in de kerk omdat die op een verhoging was gebouwd. Dat werden eilandjes in een woeste watermassa.
De ramp was zo groot dat koning Lodewijk Napoleon zelf kwam kijken naar de verwoesting. Tijdens zijn bezoek is hij nog in groot gevaar geweest omdat het ijs over de dijk begon te kruien, precies bij zijn rijtuig. De dijken stonden vol met vluchtelingen die een glimp van de koning probeerden op te vangen. Misschien raakte hij daar zo van onder de indruk dat hij een nationale collecte hield. De opbrengst was maar liefst 1 miljoen gulden. Niet gek voor een Franse koning…
Nu, in 1995, gaat het heel anders. Het is wel eng, maar de evacuatie verliep redelijk geordend. Het is ook niet ongezellig bij oma, maar we zijn toch te gespannen om er echt iets van te maken. Ik bedoel, hoe zou jij het vinden om gedwongen je huis te moeten verlaten zonder te weten hoe en wanneer je weer terug kan gaan?
Twee jaar geleden was het ook al even spannend. Toen trad de Maas buiten zijn oevers. Limburg liep onder, maar wij bleven mooi droog. Dit jaar blijft het maar regenen in het stroomgebied van de grote rivieren. En we hebben een zachte winter. De sneeuw in de bergen smelt heel snel door de hoge temperaturen. Dat stroomt allemaal naar ons rivierenland. We zien het water elke dag stijgen.
We luisteren de hele dag naar Omroep Gelderland en horen soms paniek door de nieuwsberichten heen. Onze dijken blijken zwakker dan gedacht. Als die het begeven staat ons dorp op sommige plekken voor meer dan twee meter onder water. Het leger probeert overal met zandzakken de zwakke plekken te versterken. Eerlijk is eerlijk, het ziet er slecht uit. De inwoners van de Ooijpolder, het Land van Maas en Waal en de Bommelerwaard moesten al weg. En in de middag van 31 januari horen we dat ook wij moeten evacueren. We hebben zoveel mogelijk spullen naar de bovenverdieping gebracht en zijn met de auto naar Utrecht gegaan. Onderweg zagen we allemaal volgeladen aanhangwagens in de file staan.
Het voelt goed dat iedereen in ons land klaar staat om te helpen. Boeren proberen met man en macht hun vee op hoger gelegen gebieden onder te brengen en hun collega’s maken plek voor hen vrij. Mensen uit het hele land bieden slaapplekken aan. Wij waren even bang dat we in de Jaarbeurs moesten slapen. Rij na rij stapelbedden, geen privacy, tussen de vreemden. Gelukkig konden we op tijd bij oma terecht. Onze buurman is nog altijd thuis, als een van de laatste in het dorp. Ik hoorde een agent nog tegen hem zeggen dat hij er dan alleen voor staat. Ze kunnen hem niet beschermen als de dijken breken.